De toekomst van het gamegeweld

De discussie over geweld in games is inherent aan en al bijna zo oud als de gamesindustrie zelf. Waar niemand nog wakker zal hebben gelegen van een spelletje Pong, liggen andere games al jaren onder vuur van zij die menen dat computerspelletjes funest zijn voor de onbevlekte kinderziel of gevaar opleveren voor de maatschappij in zijn geheel. Niet zelden wordt na een dramatische schietpartij door een manisch depressieve twintiger nadrukkelijk vermeld dat de persoon in kwestie een fervent speler van games als Call of Duty was. Hoewel gewelddadige games nu al vaak niet op veel sympathie kunnen rekenen, bestaat de kans dat de kritiek in de toekomst alleen maar zal toenemen, naarmate spellen realistischer worden als gevolg van de voortschrijdende techniek.


Een bloederige scène uit Fallout 3.

Mensen komen via media als films, televisie en internet dagelijks in aanraking met gewelddadige beelden. Toch staat deze vorm van geweld minder vaak ter discussie dan het geweld dat we in games tegenkomen. De verklaring hiervan ligt waarschijnlijk in het feit dat beelden in films op of televisie een grotere afstand creëren tussen het geweld en degene die er naar kijkt. De spanning in games zit hem daarin dat de speler de gebeurtenissen op het scherm zelf beïnvloedt. Het goed nemen van een virtuele bocht kan het verschil betekenen tussen het winnen en verliezen van een race, maar ook het op tijd neerschieten van een vijand in een schietspel kan winst of verlies bepalen. Deze betrokkenheid van de speler bij wat er op het scherm gebeurt, zorgt voor een actievere, intensere belevenis dan het kijken van een spannende film of televisieserie, maar komt games volgens mij ook op meer kritiek te staan.

Is het neerschieten van onschuldige burgers op een virtueel vliegveld immers niet een kleine stap verwijderd van het ondernemen van een soortgelijke handeling in de werkelijkheid? Of het aannemen van een fictieve rol onder de naam Taliban, kan dat eigenlijk wel? Dergelijke vragen tonen duidelijk aan dat de videogame te lijden heeft onder zijn eigen aard, die afstand tussen kijker en dader verkleint. Dergelijke vragen leiden op hun beurt tot de essentiële vraag die min of meer sinds het bestaan van videogames wordt gesteld: zetten games aan tot geweld? Het is een vraag die voer is voor psychologen, sociologen en hersenonderzoekers, aangezien het antwoord ongetwijfeld samenhangt met allerlei factoren die bepalen of en wanneer een persoon overgaat tot gewelddadig gedrag. De pers doet in ieder geval weinig moeite om het heersende beeld tegen te spreken; het bericht dat de Noorse massamoordenaar Anders Breivik Call of Duty: Modern Warfare 2 als trainingssimulator gebruikte voor zijn gruwelijke aanslagen in Oslo vorig jaar, werd in de media dan ook breed uitgemeten.


De inmiddels beruchte ‘vliegveld scène’ uit de game Call of Duty: Modern Warfare 2.

Games zullen het in de toekomst niet gemakkelijker krijgen. Aangezien de grafische kwaliteit van spellen steeds beter wordt, zullen ook onze handelingen in games steeds realistischer in beeld gebracht kunnen worden. Tot groot genoegen van spelers, aangezien realistische graphics erg kunnen bijdragen aan de spelbeleving. Hoewel de betrokkenheid bij het spel op deze wijze wordt verhoogd, zal het in de toekomst mogelijk ook tot meer controverse omtrent games gaan leiden. Waar houterig bewegende figuurtjes in een lage resolutie nog een zekere afstand creëren tussen de werkelijke en virtuele wereld, wordt het een ander verhaal wanneer ontwikkelaars van spellen levensechte mensen op het scherm weten te toveren. Zijn schietspelletjes dan nog wel verantwoord?

Het verleden heeft dikwijls uitgewezen dat ontwikkelaars van spellen zich niet in hun vrijheid geremd voelen om games met gewelddadige inhoud te maken en ik denk niet dat een hogere mate van realisme in videogames hieraan iets zal veranderen. De grens zal eerder worden getrokken door de overheid, zoals nu in landen als Duitsland al gebeurt. Ik zie hier overigens geen enkele reden toe, want mijns inziens is er heel wat meer nodig dan een televisiescherm en een controller om mensen aan te zetten tot geweld, hoe realistisch de beelden die op dat scherm getoond worden ook zijn. Ik vraag me wel af of ik gewelddadige games met een zeer hoge mate van realisme persoonlijk nog zou willen spelen, maar dat is een grens die ieder voor zich moet bepalen.


Voorproefje van de grafische kwaliteit van games die we binnenkort mogen verwachten; mooi , maar nog verre van fotorealistisch.

Gameontwikkelaars zijn zich er in ieder geval terdege van bewust dat mensen niet alleen gamen vanwege van het geweld dat in games voorkomt. Geweld maakt weliswaar deel uit van veel spellen, maar is geen voorwaarde voor het plezier dat aan een game te beleven valt. In die zin is het de algehele kwaliteit die bij de ontwikkeling van een spel centraal staat en niet een zo hoog mogelijke dosis geweld. Iets meer begrip hiervoor zal de reputatie van games in de toekomst veel goed doen.

Zie ook: Apple | Columns | Microsoft | Nintendo | Overig | Sony

Print deze pagina Tip ons!